Flavius Theodosius

379 – 395


Theodosius I, ook bekend als Theodosius de Grote, was de laatste keizer die regeerde over zowel het oostelijke als het westelijke deel van het Romeinse Rijk. Hij leefde van ongeveer 347 tot 395 na Christus en speelde een beslissende rol in de overgang van het klassieke Romeinse Rijk naar een christelijk rijk.

Theodosius werd geboren in Hispania, waarschijnlijk in de streek van het huidige Spanje. Zijn vader, Theodosius de Oudere, was een succesvolle generaal in het Romeinse leger. Dankzij deze militaire achtergrond kreeg Theodosius een goede opleiding in bestuur en oorlogsvoering.

In zijn jonge jaren diende hij in het leger en onderscheidde hij zich in campagnes tegen verschillende vijanden van Rome, waaronder Germaanse stammen. Na de politieke val en executie van zijn vader trok hij zich tijdelijk terug uit het openbare leven.

In 378 leed het Romeinse leger een zware nederlaag tegen de Goten tijdens de Slag bij Adrianopel. Keizer Valens sneuvelde in deze strijd. Het rijk verkeerde in crisis, en de westelijke keizer Gratianus benoemde Theodosius in 379 tot keizer van het oostelijke deel van het rijk.

Theodosius kreeg de moeilijke taak om het leger te herstellen en vrede te sluiten met de Gotische stammen. In plaats van hen volledig te verdrijven, sloot hij verdragen waarbij sommige Goten zich binnen het rijk mochten vestigen in ruil voor militaire dienst. Dit beleid had grote gevolgen voor de latere geschiedenis van Europa.

Een van de belangrijkste aspecten van Theodosius’ regering was zijn religieuze beleid. Hij was een overtuigd christen en maakte het christendom tot de dominante religie van het rijk.

In 380 vaardigde hij samen met andere keizers het Edict van Thessalonica uit. Daarmee werd het christendom volgens de geloofsleer van Nicea de officiële staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk. Heidense rituelen en tempelculten verloren geleidelijk hun officiële status.

Theodosius werkte nauw samen met invloedrijke bisschoppen, vooral Ambrosius van Milaan. Een bekend moment uit zijn regering vond plaats na het bloedbad van Thessalonica in 390, waarbij Romeinse troepen duizenden burgers doodden. Ambrosius veroordeelde de keizer openlijk en dwong hem publieke boete te doen. Dit was een belangrijk voorbeeld van de groeiende invloed van de Kerk op politieke macht.

Tijdens zijn regering kreeg Theodosius te maken met verschillende opstanden en rivaliserende keizers. Hij versloeg onder meer Magnus Maximus en later Eugenius.

Na zijn overwinning in de Slag bij de Frigidus in 394 werd hij de enige heerser over het gehele Romeinse Rijk. Daarmee was hij de laatste keizer die het rijk volledig verenigd bestuurde. Na zijn dood werd het rijk weer verdeeld tussen zijn zoons Arcadius en Honorius.