Leo de Thraciër
457 – 474

Leo I, ook bekend als Leo de Thraciër, werd geboren rond het jaar 401 in Thracië, een gebied op de Balkan dat toen deel uitmaakte van het Oost-Romeinse Rijk. Hij kwam waarschijnlijk uit een eenvoudige familie van boeren of militairen. Over zijn jeugd is weinig met zekerheid bekend, maar hij trad al vroeg toe tot het leger van het rijk.
Door zijn militaire talent en loyaliteit klom Leo langzaam op binnen de keizerlijke garde in Constantinopel. In deze periode stond het Oost-Romeinse Rijk onder zware druk van interne machtsstrijd en invallen van Germaanse volkeren.
Na de dood van keizer Marcian in 457 moest een nieuwe heerser gekozen worden. De machtige generaal Aspar speelde hierbij een beslissende rol. Omdat Aspar zelf geen keizer kon worden — hij was van Germaanse afkomst en bovendien ariaans christen — koos hij Leo als kandidaat.
Leo werd op 7 februari 457 tot keizer gekroond in Constantinopel. Zijn kroning was bijzonder omdat hij waarschijnlijk de eerste Byzantijnse keizer was die officieel door de patriarch van Constantinopel werd gekroond, wat de band tussen kerk en keizer versterkte.
Tijdens zijn regering probeerde Leo de macht van Germaanse generaals binnen het rijk te beperken. In het begin was hij sterk afhankelijk van Aspar, maar later wist hij zich van diens invloed los te maken. Hij vormde nieuwe militaire eenheden, waaronder veel Isauriërs — strijders uit Klein-Azië — om een tegenwicht te bieden aan de Germaanse elite.
Een belangrijk bondgenootschap ontstond met Zeno, een Isaurische leider die trouwde met Leo’s dochter Ariadne. Hierdoor versterkte Leo zijn positie aanzienlijk.
In 471 liet Leo Aspar en diens zoon vermoorden in het keizerlijk paleis. Daarmee maakte hij een einde aan de enorme politieke invloed van de Germaanse militaire factie in Constantinopel. Dit was een keerpunt in de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk.
Leo I probeerde ook het West-Romeinse Rijk te ondersteunen, dat in deze periode bijna instortte. Hij organiseerde in 468 een enorme militaire expeditie tegen de Vandalenrijk in Noord-Afrika. De campagne moest Geiseric verslaan en Carthago heroveren.
De expeditie werd echter een ramp. De Byzantijnse vloot werd vernietigd en het rijk verloor enorme hoeveelheden geld en manschappen. Ondanks deze mislukking bleef het Oost-Romeinse Rijk onder Leo stabieler dan het Westen.
Leo was een overtuigd christen en steunde de orthodoxe kerk. Tijdens zijn regering bleven religieuze conflicten bestaan tussen verschillende christelijke stromingen, vooral over de natuur van Christus. Leo probeerde de eenheid binnen het rijk te bewaren zonder grote religieuze revoluties uit te lokken.
Daarnaast hervormde hij delen van het bestuur en versterkte hij de positie van de keizer als zelfstandig machthebber, los van dominante generaals.
Leo I stierf op 18 januari 474 in Constantinopel. Hij werd opgevolgd door zijn kleinzoon Leo II, die nog een kind was. Kort daarna kwam ook Zeno aan de macht.
