Tiberius Claudius Caesar Augustus Germanicus
41 – 54

Claudius, voluit Tiberius Claudius Caesar Augustus Germanicus, werd geboren op 1 augustus 10 v.Chr. in Lugdunum (het huidige Lyon in Frankrijk). Hij was lid van de Julio-Claudische dynastie en de oom van Caligula. Ondanks zijn latere rol als keizer werd hij in zijn jeugd vaak onderschat vanwege fysieke beperkingen en een stotter, waardoor hij lange tijd buiten de machtspolitiek bleef.
Claudius werd door zijn familie gezien als zwak en ongeschikt voor een publieke carrière. Hierdoor bleef hij grotendeels buiten de gevaarlijke intriges van het keizerlijk hof, wat achteraf zijn leven redde. In plaats daarvan wijdde hij zich aan studie en schreef hij historische werken, waarmee hij zijn intellectuele capaciteiten liet zien.
Na de moord op Caligula in 41 n.Chr. ontstond er chaos in Rome. Volgens de overlevering werd Claudius gevonden terwijl hij zich verstopt had in het paleis. De pretoriaanse garde riep hem onverwacht uit tot keizer, waarmee hij de eerste Romeinse keizer werd die direct door het leger werd aangesteld. Aanvankelijk werd zijn benoeming met scepsis ontvangen, maar Claudius wist zich al snel te bewijzen als een capabele heerser.
Claudius bleek een efficiënt bestuurder. Hij hervormde het rechtssysteem, verbeterde de administratie en gaf meer macht aan bekwame ambtenaren, waaronder vrijgelaten slaven. Dit maakte het bestuur van het rijk effectiever, maar leverde hem ook kritiek op van de Romeinse elite. Een van zijn grootste prestaties was de verovering van Britannia in 43 n.Chr., waarmee hij het Romeinse Rijk aanzienlijk uitbreidde. Hij liet zich daarna eren met een triomftocht in Rome.
Claudius’ privéleven was complex en vaak problematisch. Hij had meerdere huwelijken, waarvan dat met Messalina berucht werd vanwege haar vermeende overspel en machtsmisbruik. Uiteindelijk liet Claudius haar executeren. Zijn laatste vrouw was Agrippina de Jongere, zijn nicht. Zij wist haar zoon, de latere keizer Nero, als erfgenaam te positioneren, ten koste van Claudius’ eigen zoon Britannicus.
Claudius stierf op 13 oktober 54 n.Chr. Onder historici bestaat het vermoeden dat hij werd vergiftigd, mogelijk op bevel van Agrippina, om Nero sneller aan de macht te brengen. Hoewel dit nooit definitief is bewezen, is het een van de bekendste theorieën over zijn dood.
Claudius wordt vaak gezien als een onverwacht succesvolle keizer. Waar hij aanvankelijk werd onderschat, toonde hij zich een bekwaam bestuurder die belangrijke hervormingen doorvoerde en het rijk uitbreidde.
Zijn regering markeert een periode van stabiliteit en groei binnen het Romeinse Rijk. Tegenwoordig wordt hij herinnerd als een intelligente, zij het onconventionele leider, die ondanks zijn beperkingen een belangrijke rol speelde in de Romeinse geschiedenis.
