Flavius Claudius Julianus
361 – 363

Julianus de Afvallige (331/332 – 363 n.Chr.), ook bekend als Julianus Apostata, was een Romeinse keizer die regeerde van 361 tot 363. Hij staat vooral bekend om zijn poging om het traditionele Romeinse heidendom te herstellen en het christendom, dat sinds Constantijn de Grote sterk was gegroeid, terug te dringen.
Julianus werd geboren als lid van de Constantijnse dynastie. Hij was een neef van keizer Constantius II. Na de dood van Constantijn de Grote in 337 werden veel familieleden van Julianus vermoord tijdens een machtsstrijd; hij overleefde dit bloedbad, maar groeide op in onzekerheid en onder toezicht van het keizerlijk hof.
Hij kreeg een uitstekende opleiding in retoriek en filosofie en ontwikkelde een grote interesse in de Griekse cultuur en het Heidendom. Hoewel hij officieel christelijk was opgevoed, voelde hij zich steeds meer aangetrokken tot de oude religies.
In 355 benoemde Constantius II Julianus tot caesar en stuurde hem naar Gallië om daar de Romeinse grenzen te verdedigen. Ondanks zijn beperkte militaire ervaring bleek Julianus een bekwame leider. Hij behaalde belangrijke overwinningen op Germaanse stammen, waaronder de Alemannen.
Zijn succes maakte hem populair bij het leger. In 360 riepen zijn troepen hem uit tot keizer, wat leidde tot een conflict met Constantius II. Voordat het tot een beslissende strijd kwam, stierf Constantius in 361, waarna Julianus alleenheerser werd.
Julianus is vooral beroemd vanwege zijn religieuze politiek. Hij probeerde het traditionele Romeinse heidendom te herstellen en het christendom te beperken. Daarom kreeg hij de bijnaam “de Afvallige” (Apostata), omdat hij zich afkeerde van het christelijk geloof. Zijn doel was een religieuze heropleving van de oude goden, maar zijn beleid had slechts beperkt succes.
In 363 begon Julianus een grote militaire campagne tegen het Sassanidische rijk. Hij trok diep het vijandelijk gebied binnen, maar de expeditie verliep moeizaam.
Tijdens een gevecht werd hij dodelijk gewond. Volgens latere overleveringen zou hij bij zijn dood de woorden hebben gesproken: “Gij hebt overwonnen, Galileeër,” verwijzend naar het christendom—al is dit waarschijnlijk legendarisch.
